Gebeden en psalmen
Hooglied van de liefde
1Al spreek ik met de tongen van engelen en mensen: als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal. 2Al heb ik de gave der profetie, al ken ik alle geheimen en alle wetenschap, al heb ik het volmaakte geloof dat bergen verzet: als ik de liefde niet heb, ben ik niets. 3Al deel ik heel mijn bezit uit, al geef ik mijn lichaam prijs aan de vuurdood: als ik de liefde niet heb, baat het mij niets. 4De liefde is lankmoedig en goedertieren; de liefde is niet afgunstig, zij praalt niet, zij beeldt zich niets in. 5Zij geeft niet om de schone schijn, zij zoekt zichzelf niet, zij laat zich niet kwaad maken en rekent het kwade niet aan. 6Zij verheugt zich niet over onrecht, maar vindt haar vreugde in de waarheid. 7Alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles duldt zij. 8De liefde vergaat nimmer. De gave der profetie zal verdwijnen, tongen zullen verstommen, de kennis zal een einde nemen. 9Want ons kennen is stukwerk en stukwerk ons profeteren. 10Maar wanneer het volmaakte komt, heeft het onvolmaakte afgedaan. 11Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, dacht ik als een kind; nu ik man geworden ben, heb ik het kinderlijke afgelegd. 12Thans zien wij in een spiegel, onduidelijk, maar dan van aangezicht tot aangezicht. Thans ken ik slechts ten dele, maar dan zal ik ten volle kennen zoals ik zelf gekend ben. 13Nu echter blijven geloof, hoop en liefde, de grote drie; maar de liefde is de grootste.
De Heer is mijn herder
Een psalm van David.
De Heer is mijn herder - mij zal niets ontbreken.
2Hij wijst mij te liggen
in grazige weiden,
Hij voert mij naar wateren der rust.
3Hij behoedt mijn ziel voor verdwalen,
Hij leidt mij in sporen van waarheid
getrouw aan zijn naam.
4Moest ik gaan door het dal van de schaduw des doods,
kwaad zou ik niet vrezen.
Want naast mij gaat Gij,
uw stok en uw staf
zij doen mij getroost zijn.
5Een tafel richt Gij mij aan
in het aangezicht van mijn belagers
en zalft met olie mijn hoofd.
Mijn beker vloeit over.
6Zo zijn dan geluk en genade om mijn schreden
al de dagen mijns levens.
Verblijven mag ik in het huis van de Heer
tot in lengte van dagen.
Engel van God / Angele Dei
Engel van God, die mijn bewaarder zijt,
aan wie de goddelijke goedheid mij heeft toevertrouwd,
verlicht, bewaar, geleid en bestuur mij.
Amen.
Ángele Dei, qui custos es mei,
me, tibi commíssum pietáte supérna,
illúmina, custódi, rege et gubérna.
Amen.
Engel des Heren / Angelus Domini
Dit gebed wordt rond 12 uur 's middags gebeden. Het is een goede gewoonte het ook in de vroege ochtend en bij het begin van de avond te bidden.
De Engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt,
- En ze heeft ontvangen van de Heilige Geest.
Wees gegroet...
Zie de dienstmaagd des Heren.
- Mij geschiede naar uw woord.
Wees gegroet...
En het Woord is vlees geworden.
- En Het heeft onder ons gewoond
Wees gegroet...
Bid voor ons, heilige Moeder van God,
- opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
Laat ons bidden.
Heer, wij hebben door de boodschap van de Engel
de menswording van Christus, uw Zoon, leren kennen,
wij bidden U:
stort uw genade in onze harten,
opdat wij door zijn lijden en kruis gebracht worden
tot de heerlijkheid van de verrijzenis.
Door Christus onze Heer.
Amen.
Ángelus Dómini nuntiávit Maríae
- Et concépit de Spíritu Sancto.
Ave Maria...
Ecce ancílla Dómini.
- Fiat mihi secúndum verbum tuum.
Ave Maria...
Et Verbum caro factum est.
- Et habitávit in nobis.
Ave Maria.
Ora pro nobis, sancta Dei Génitrix,
- ut digni efficiámur promissiónibus Christi.
Orémus.
Grátiam tuam, quaésumus, Dómine,
méntibus nostris infúnde,
ut qui, Angelo nuntiánte,
Christi Fílii tui incarnatiónem cognóvimus,
per passiónem eius et crucem
ad resurrectiónis glóriam perducámur.
Per Christum Dóminum nostrum.
Amen.
Ochtend gebeden
In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen.
Mijn Heer en mijn God, ik kniel voor U neer
en aanbid uw opperste Majesteit.
Ik bedank U voor alle weldaden,
bijzonder dat Gij mij deze nacht hebt bewaard.
Ik wijd U toe mijn ziel en mijn lichaam en alles wat ik bezit.
Ik draag U alle werken op, die ik deze dag zal verrichten.
Ik wil ze doen tot Uw eer en tot zaligheid van mijn ziel,
en ik wil de aflaten verdienen, die er aan verbonden zijn.
Ik maak het vaste voornemen
deze dag christelijk door te brengen,
U, mijn liefderijke Vader, niet te beledigen
en al mijn plichten goed te vervullen.
Barmhartige God,
geef mij de genade om dit voornemen trouw te volbrengen.
Onze Vader…
Ik geloof in God de almachtige Vader…
Oefening van geloof, hoop en liefde.
Wees gegroet…
Door uw onbevlekte ontvangenis, o Maria,
zuiver mijn lichaam en heilig mijn ziel. (driemaal)
De Heer schenken ons zijn zegen,
Hij beware ons voor onheil
en geleide ons tot eeuwig leven.
Amen.
Dat de zielen van de overleden gelovigen
door de barmhartigheid van God rusten in vrede.
Amen.
In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen.
Oefening van geloof / Actus fidei
Mijn Heer en mijn God,
ik geloof:
dat Gij zijt één God in drie Personen,
de Vader, de Zoon en de Heilige Geest;
dat God de Zoon voor ons is mens geworden
en aan het kruis gestorven;
dat Gij het goede loont en het kwade straft.
Ik geloof alles wat Gij hebt geopenbaard,
en door de heilige Kerk ons leert.
Dat geloof ik vast,
omdat Gij het hebt gezegd,
die alles weet en altijd waarheid spreekt.
Heer, vermeerder mijn geloof.
Amen.
Dominus Deus,
firma fide credo
et confiteor omnia et singula
quae sancta Ecclesia Catholica proponit,
quia tu, Deus, ea omnia revelasti,
qui es aeterna veritas
et sapientia quae nec fallere nec falli potest.
In hac fide vivere et mori statuo.
Amen.
Oefening van liefde / Actus caritatis
God van Liefde,
ik bemin U boven alles
en uit geheel mijn hart,
omdat Gij oneindig goed
en oneindig beminnelijk zijt,
Uit liefde tot U
bemin ik ook alle mensen als mijzelf.
Heer, geef mij steeds meer liefde!
Amen.
Domine Deus,
amo te super omnia
et proximum meum propter te,
quia tu es summum, infinitum,
et perfectissimum bonum,
omni dilectione dignum.
In hac caritate vivere et mori statuo.
Amen.
Oefening van berouw / Actus contritionis
Barmhartige God,
ik heb spijt over mijn zonden,
omdat ik uw straffen heb verdiend;
maar vooral, omdat ik U,
mijn grootste Weldoener en het hoogste Goed,
heb beledigd.
Ik verfoei al mijn zonden
en beloof, met de hulp van uw genade,
mijn leven te beteren en niet meer te zondigen
Heer, wees mij zondaar genadig!
Amen.
Ofwel:
Heer mijn God, ik heb echt berouw
en betreur het dat ik kwaad heb gedaan
en het goede heb nagelaten.
Door mijn zonden heb ik U beledigd
die mijn hoogste goed zijt, en alle liefde waardig.
Het is mijn vaste voornemen,
mij met de hulp van uw genade te bekeren,
niet meer te zondigen
en te vermijden wat tot zonde kan leiden.
Heer, wees mij genadig,
omwille van het lijden van onze Verlosser, Jezus Christus.
Deus meus, ex toto corde
paenitet me omnium meorum peccatorum,
eaque detestor,
quia peccando,
non solum poenas a te iuste statutas promeritus sum,
sed praesertim quia offendi te,
summum bonum,
ac dignum qui super omnia diligaris.
Ideo firmiter propone, adiuvante gratia tua,
de cetero me non peccaturum
peccandique occasiones proximas fugiturum.
Amen.
Avondgebeden
In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen.
Mijn Heer en mijn God, ik kniel voor U neer
en aanbid uw opperste Majesteit.
Ik bedank U voor alle weldaden,
bijzonder dat Gij mij deze dag hebt bewaard.
Kom, Heilige Geest, verlicht mijn verstand,
om mijn zonden te kennen
en geef mij de genade van een oprecht berouw.
(Overdenk nu, hoe u deze dag hebt doorgebracht, om te weten welke zonden u bedreven hebt door kwade gedachten, begeerten, woorden en daden of door verzuim van het goede. Bid daarna de oefening van berouw.)
Engel van God die mijn bewaarder zijt,
aan wie de goddelijke goedheid mij heeft toevertrouwd,
verlicht, bewaar en geleid en bestuur mij.
Amen.
Wees gegroet...
Door uw onbevlekte ontvangenis, o Maria,
zuiver mijn lichaam en heilig mijn ziel. (Driemaal)
De Heer schenke ons zijn zegen,
Hij beware ons voor onheil
en geleide ons tot eeuwig leven.
Amen.
Dat de zielen van de overleden gelovigen
door de barmhartigheid van God rusten in vrede.
Amen.
In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen.
II.
's Avonds als ik slapen ga,
volgen mij veertien engelen na:
twee aan mijn hoofdeind,
twee aan mijn voeteneind,
twee aan mijn linkerkant,
twee aan mijn rechterkant,
twee om mij te dekken,
twee om mij te wekken,
twee om mij te wijzen
naar 's hemels paradijzen.
Amen.
III.
Een rustige nacht en een goed einde
schenke ons de almachtige Heer.
Amen.
IV.
Heer, bezoek dit huis
en houd ver van ons alle listen van de vijand.
Mogen uw engelen hier wonen
om ons in vrede te bewaren
en laat uw zegen altijd op ons rusten.
Door Christus onze Heer.
Amen.
V. Voor elke dag van de week
Zaterdag
Heer, wees met ons, deze nacht,
en laat ons morgen door uw kracht weer opstaan
om met vreugde de verrijzenis te gedenken van Christus, uw Zoon.
Die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.
Amen.
Zondag
Heer, luister naar onze stem op deze dag,
nu wij het mysterie van de verrijzenis hebben gevierd.
Laat ons in uw vrede rusten.
Bewaar ons voor alle kwaad
en laat ons weer opstaan
om met vreugde uw lof te bezingen.
Door Christus onze Heer.
Amen.
Maandag
Heer, door het werk van deze dag
hebben wij het zaad van uw koninkrijk uitgestrooid.
Wij bidden U:
laat het ontkiemen terwijl wij slapen,
en opgroeien tot een rijke oogst.
Door Christus onze Heer.
Amen.
Dinsdag
Heer, wees Gij ons licht in deze nacht.
Laat ons in vrede slapen,
zodat wij ons weer met vreugde oprichten
bij het aanbreken van de nieuwe dag.
Door Christus onze Heer.
Amen.
Woensdag
Heer Jezus Christus,
Gij zijt zachtmoedig en nederig van hart.
Gij legt uw volgelingen een zacht juk op
en een lichte last.
Aanvaard ons gebed en het werk van deze dag
en geef ons rust,
zodat wij morgen weer beschikbaar zijn voor U.
Die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.
Amen.
Donderdag
Heer onze God,
verkwik ons door een rustige slaap,
nu wij vermoeid zijn door de arbeid van deze dag.
Geef dat wij weer op krachten komen
om U met lichaam en geest te blijven dienen.
Door Christus onze Heer.
Amen.
Vrijdag
Almachtige God, wij bidden U:
laat ons trouw blijven aan uw eniggeboren Zoon,
die gestorven en begraven is,
zodat wij met Hem tot een nieuw leven verrijzen.
Die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.
Amen.
Tafelgebeden
(Bij het begin en het einde van elk tafelgebed maakt ieder een kruisteken)
Voor de maaltijd
Heer, zegen ons en deze gaven,
die wij van uw mildheid zullen ontvangen.
Door Christus onze Heer.
Amen.
Heer, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.
Onze Vader ...
Bij het middagmaal wordt vervolgens gebeden:
De Koning van de eeuwige heerlijkheid
make ons tot deelgenoten van het hemels gastmaal.
Amen.
Bij het avondmaal wordt gebeden:
De Koning van de eeuwige heerlijkheid
geleide ons tot het avondmaal van het eeuwig leven.
Amen.
Na de maaltijd
Almachtige God,
wij danken U voor al uw weldaden,
Gij die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.
Amen.
Heer, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.
Onze Vader...
Dat de zielen van de overleden gelovigen
door de barmhartigheid van God rusten in vrede.
Amen.
Gedenk, o allermildste Maagd Maria / Memorare
Gedenk, o allermildste Maagd Maria,
dat het nog nooit gehoord is,
dat iemand die tot U zijn toevlucht nam,
die om uw hulp kwam smeken
en om Uw bijstand vroeg,
door u in de steek werd gelaten.
Gesterkt door dat vertrouwen
kom ik tot u,
o Maagd der maagden
en sta hier voor u
in mijn armzaligheid en zonde.
O Moeder van het Woord,
versmaad mijn woorden niet,
maar in uw goedheid
luister en wil mij verhoren.
Amen.
Memoráre, o piíssima Virgo María,
non esse audítum a saéculo,
quemquam ad tua recurréntem praesídia,
tua implorántem auxília,
tua peténtem suffrágia,
esse derelíctum.
Ego tali animátus confidéntia,
ad te, Virgo Vírginum, Mater, curro,
ad te vénio,
coram te gemens peccátor assísto.
Noli, Mater Verbi, verba mea despícere;
sed audi propítia et exaúdi.
Amen.
Ziel van Christus / Anima Christi
Ziel van Christus, heilig mij.
Lichaam van Christus, red mij.
Bloed van Christus, verblijd mij.
Water uit de zijde van Christus, was mij.
Lijden van Christus, sterk mij.
O goede Jezus, verhoor mij.
In uw wonden, verberg mij.
Laat mij niet van U gescheiden worden.
Tegen de boze vijand bescherm mij.
In het uur van mijn dood, roep mij
en laat mij tot U komen,
om met uw heiligen U te loven in de eeuwen der eeuwen.
Amen.
Ánima Christi, sanctífica me.
Corpus Christi, salva me.
Sanguis Christi, inébria me.
Aqua láteris Christi, lava me.
Pássio Christi, confórta me.
O bone Iesu, exaúdi me.
Intra tua vúlnera abscónde me.
Ne permíttas me separári a te.
Ab hoste malígno defénde me.
In hora mortis méae voca me.
Et iube me veníre ad te,
ut cum sanctis tuis laudem te
in saécula saeculórum.
Amen.
Kom, Heilige Geest / Veni, Sancte Spiritus (Gebed tot de Heilige Geest)
Kom, Heilige Geest,
vervul de harten van uw gelovigen
en ontsteek in hen het vuur van uw liefde.
Zend uw Geest uit en alles zal herschapen worden.
- En Gij zult het aanschijn van de aarde vernieuwen.
Laat ons bidden
God, Gij hebt de harten van de gelovigen
door de verlichting van de Heilige Geest onderwezen:
geef dat wij door die Heilige Geest
de ware wijsheid mogen bezitten,
en ons altijd over zijn vertroosting verblijden.
Door Christus onze Heer.
Amen.
Veni, Sancte Spíritus,
reple tuórum corda fidélium,
et tui amóris in eis ignem accénde.
Emítte Spíritum tuum et creabúntur;
- Et renovábis fáciem terrae.
Orémus:
Deus, qui corda fidélium
Sancti Spíritus illustratióne docuísti:
da nobis in eódem Spíritu recta sápere,
et de eius semper consolatióne gaudére.
Per Christum Dóminum nostrum.
Amen.
Kom, Schepper Geest / Veni, creátor Spíritus
Kom, Schepper Geest, daal tot ons neer,
houd Gij bij ons uw intocht, Heer;
vervul het hart dat U verbeidt
met hemelse barmhartigheid.
Gij zijt de gave Gods, Gij zijt
de grote Trooster in de tijd,
de bron waaruit het leven springt,
het liefdevuur dat ons doordringt.
Gij schenkt uw gaven zevenvoud,
o hand die God ten zegen houdt,
o taal waarin wij God verstaan,
wij heffen onze lofzang aan.
Verlicht ons duistere verstand,
geef dat ons hart van liefde brandt,
en dat ons zwakke lichaam leeft
vanuit de kracht die Gij ons geeft.
Verlos ons als de vijand woedt,
geef ons de vrede weer voorgoed.
Leid Gij ons voort, opdat geen kwaad,
geen ongeval ons leven schaadt.
Doe ons de Vader en de Zoon
aanschouwen in de hoge troon,
o Geest van beiden uitgegaan,
wij bidden U gelovig aan.
Veni, creátor Spíritus,
mentes tuórum vísita,
imple supérna grátia,
quae tu creásti, péctora.
Qui díceris Paráclitus,
donum Dei altíssimi,
fons vivus, ignis, cáritas
et spiritális únctio.
Tu septifórmis múnere,
dextrae Dei tu dígitus,
tu rite promíssum Patris
sermóne ditans gúttura.
Accénde lumen sénsibus,
infúnde amórem córdibus,
infírma nostri córporis
virtúte firmans pérpeti.
Hostem repéllas lóngius
pacémque dones prótinus;
ductóre sic te praévio
vitémus omne nóxium.
Per te sciámus da Patrem
noscámus atque Filium,
te utriúsque Spíritum
credámus omni témpore. Amen.
U, God, loven wij / Te Deum
U, God, loven wij.
U, Heer, prijzen wij.
U, eeuwige Vader,
eert heel de aarde.
Tot U roepen alle engelen,
tot U de hemelen en alle machten.
Tot U roepen Cherubijnen en Serafijnen,
die zonder ophouden zingen:
Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten.
Vol zijn hemel en aarde
van uw grote heerlijkheid.
U looft het roemvol koor der apostelen,
U het lofwaardig getal der profeten.
U looft de blanke stoet der martelaren,
U prijst de heilige kerk over heel de aarde:
U, Vader, onmetelijk in majesteit
U, eniggeboren Zoon, waarachtig en hoog verheven,
U, Heilige Geest, de Vertrooster.
Gij, Christus, Koning der glorie,
Gij zijt de eeuwige Zoon van de Vader.
Gij, die om de mens verlossing te brengen,
geen vrees hebt gehad voor de schoot van de Maagd.
Gij, die de prikkel van de dood hebt overwonnen
en voor de gelovigen het hemels Rijk hebt geopend.
Gij zit aan Gods rechterhand in de glorie van de Vader,
Gij zult als rechter komen, zoals wij geloven.
U dan smeken wij: kom uw dienaars te hulp,
die Gij door uw kostbaar bloed hebt gered.
Laat ons geteld worden onder uw heiligen
in de eeuwige heerlijkheid.
Red, Heer, uw volk en zegen uw erfdeel,
hoed hen en draag hen voor immer.
U willen wij prijzen, iedere dag,
uw Naam verheerlijken voor altijd.
Wees genadig, Heer,
spaar ons deze dag voor de zonde.
Ontferm U over ons, Heer,
ontferm U over ons.
Laat uw barmhartigheid neerdalen over ons,
zoals ons vertrouwen uitgaat naar U.
Op U, Heer, is onze hoop gevestigd,
beschaam ons niet in eeuwigheid.
Te Deum laudámus:
te Dóminum confitémur.
Te aetérnum Patrem
omnis terra venerátur.
Tibi omnes ángeli,
tibi caeli et univérsae potestátes:
Tibi chérubim et séraphim
incessábili voce proclámant:
Sanctus, Sanctus, Sanctus
Dóminus Deus Sábaoth.
Pleni sunt caeli et terra
maiestátis glóriae tuae. -
Te gloriósus Apostolórum chorus,
te prophetárum laudábilis númerus,
Te mártyrum candidátus laudat exércitus.
Te per orbem terrárum sancta confitétur Ecclésia,
Patrem imménsae maiestátis;
venerándum tuum verum et únicum Filium;
Sanctum quoque Paráclitum Spiritum.
Tu rex glóriae, Christe.
Tu Patris sempitérnus es Filius.
Tu, ad liberándum susceptúrus, hóminem,
non horruisti Virginis úterum.
Tu, devícto mortis acúleo,
aperuisti credéntibus regna caelórum.
Tu ad déxteram Dei sedes in glória Patris.
Iudex créderis esse ventúrus.
Te ergo quáesumus, tuis fámulis súbveni,
quos pretióso sánguine redemisti.
Aetérna fac cum sanctis tuis
in glória numerári.
Salvum fac pópulum tuum, Dómine,
et bénedic hereditáti tuae.
Et rege eos,
et extólle illos usque in aetérnum.
Per singulos dies benedicimus te;
et laudámus nomen tuum in sáeculum,
et in sáeculum sáeculi.
Dignáre, Dómine, die isto
sine peccáto nos custodire.
Miserére nostri, Dómine,
miserére nostri.
Fiat misericórdia tua, Dómine, super nos,
quemádmodum sperávimus in te.
In te, Dómine, sperávi:
non confúndar in aetérnum.
Tot u nemen wij onze toevlucht / Sub tuum praesidium
Tot u nemen wij onze toevlucht:
wees onze bescherming,
heilige Moeder van God,
wijs onze gebeden niet af als wij in nood zijn,
maar verlos ons uit alle gevaren,
gij, glorierijke en gezegende Maagd.
Sub tuum praesídium confúgimus,
sancta Dei Génetrix;
nostras deprecatiónes ne despícias in necessitátibus,
sed a perículis cunctis líbera nos semper,
Virgo gloriósa et benedícta.
Gegroet gij, hemelkoningin / Ave, Regina caelorum
Gegroet gij, hemelkoningin;
gegroet gij, engelenvorstin;
gij wortel die het leven draagt;
gij poort waaruit het licht ons daagt.
Verheug u, wonderschone Maagd.
Vaarwel en bied uw hulpbetoon,
wees onze voorspraak bij uw Zoon.
Ave, Regína caelórum,
ave, Dómina angelórum,
salve, radix, salve, porta,
ex qua mundo lux est orta.
Gaude, Virgo gloriósa,
super omnes speciósa;
vale, o valde decóra,
et pro nobis Christum exóra.
Verheven moeder van de Verlosser / Alma Redemptoris Mater
Verheven Moeder van de Verlosser,
die altijd zijt de open deur des hemels en de ster der zee,
kom het volk te hulp dat valt en poogt op te staan.
Gij die tot verwondering van de natuur
uw heilige Schepper hebt gebaard
en maagd zijt gebleven;
gij die door Gabriël zijt begroet,
ontferm u over ons, zondaars.
Alma Redemptóris Mater,
quae pérvia caeli porta manes, et stella maris,
succúrre cadénti, súrgere qui curat, pópulo;
tu quae genuísti, natúra miránte,
tuum sanctum Genitórem,
Virgo prius ac postérius,
Gabriélis ab ore sumens illud Ave,
peccatórum miserére.
Hoog verheft / Magnificat (Lofzang van Maria)
Hoog verheft nu mijn ziel de Heer,
verrukt is mijn geest om God, mijn Verlosser.
Zijn keus viel op zijn eenvoudige dienstmaagd:
van nu af prijst ieder geslacht mij zalig.
Wonderbaar is het wat Hij mij deed,
de Machtige, groot is zijn Naam!
Barmhartig is Hij tot in lengte van dagen
voor ieder die Hem erkent.
Hij doet zich gelden met krachtige arm,
vermetelen drijft Hij uiteen;
machtigen haalt Hij omlaag van hun troon,
eenvoudigen brengt Hij tot aanzien;
behoeftigen schenkt Hij overvloed,
maar rijken gaan heen met ledige handen.
Hij trekt zich zijn dienaar Israël aan,
zijn milde erbarming indachtig;
zoals Hij de vaderen heeft beloofd,
voor Abraham en zijn geslacht voor altijd.
Eer aan de Vader en de Zoon
en de Heilige Geest.
Zoals het was in het begin en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Magníficat
ánima mea Dóminum,
et exsultávit spíritus meus
in Deo salvatóre meo,
Quia respéxit humilitátem ancíllae suae.
Ecce enim ex hoc beátam me dicent omnes generatiónes,
quia fecit mihi magna, qui potens est,
et sanctum nomen eius,
et misericórdia eius in progénies et progénies
timéntibus eum.
Fecit poténtiam in bráchio suo,
dispérsit supérbos mente cordis sui;
depósuit poténtes de sede
et exaltávit húmiles;
esuriéntes implévit bonis
et dívites dimísit inánes.
Suscépit Israel púerum suum,
recordátus misericórdiae,
sicut locútus est ad patres nostros,
Abraham et sémini eius in sáecula.
Glória Patri, et Fílio,
et Spirítui Sancto.
Sicut erat in princípio, et nunc et semper,
et in sáecula saeculórum. Amen.
Geprezen zij de Heer / Benedictus (Lofzang van Zacharias)
Geprezen zij de Heer, de God van Israël,
omdat Hij omziet naar zijn volk en het bevrijdt.
Een redder heeft Hij ons verwekt
in het geslacht van David, zijn getrouwe;
zoals Hij reeds van oudsher had verklaard
bij monde van zijn heilige profeten:
verlossing uit de macht van onze vijanden
en uit de hand van allen die ons haten.
Zo zal Hij onze vaderen barmhartig zijn,
zijn heilige verbond gestand doen;
de eed aan onze vader Abraham gezworen
ons eenmaal te verlenen;
Om aan de greep van vijanden ontrukt
Hem zonder vrees te dienen;
in vroomheid en gerechtigheid
al onze dagen voor zijn aanschijn.
En gij, kind, zult profeet zijn van de Allerhoogste,
want gij gaat voor de Heer uit om zijn weg te banen.
Gij zult zijn volk de boodschap van verlossing brengen
door de vergeving van hun zonden;
dank zij de innige barmhartigheid van onze God,
die als een nieuwe dag voor ons zal opgaan;
om licht te brengen in het duister en de schaduw van de dood
en onze voeten te geleiden op een weg van vrede.
Eer aan de Vader en de Zoon
en de Heilige Geest.
Zoals het was in het begin en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Benedíctus Dóminus Deus Israel,
quia visitávit et fecit redemptiónem plebi suae
et eréxit cornu salútis nobis
in domo David púeri sui,
sicut locútus est per os sanctórum,
qui a saéculo sunt, prophetárum eius,
salútem ex inimícis nostris
et de manu ómnium, qui odérunt nos;
ad faciéndam misericórdiam cum pátribus nostris
et memorári testaménti sui sancti,
iusiurándum, quod iurávit ad Abraham patrem nostrum,
datúrum se nobis,
ut sine timóre, de manu inimicórum liberáti,
serviámus illi
in sanctitáte et iustítia coram ipso
ómnibus diébus nostris.
Et tu, puer, prophéta Altíssimi vocáberis:
praeíbis enim ante fáciem Dómini paráre vias eius,
ad dandam sciéntiam salútis plebi eius
in remissiónem peccatórum eórum,
per víscera misericórdiae Dei nostri,
in quibus visitábit nos oriens ex alto,
illumináre his, qui in ténebris et in umbra mortis sedent
ad dirigéndos pedes nostros in viam pacis.
Glória Patri, et Fílio,
et Spirítui Sancto.
Sicut erat in princípio, et nunc et semper,
et in sáecula saeculórum. Amen.
